Geërfde chaos

Ik geef het graag toe: ik ben een chaoot. Wel, zo graag geef ik het niet toe, maar het is wel zo. Uitstelgedrag is iets dat ik nog moet afleren. Maar kan dat wel? Ben ik bij machte mijn slechte karaktergewoonten te veranderen? Chaos en zijn toebehoren zijn iets erfelijks. Misschien niet van ouders op zoon, want dat zou mijn theorie ondergraven. Maar ooit, generaties terug, leefde er een extreem chaotische Van Nauw. Sindsdien sluimeren zijn genen door generaties Van Nauw heen, tot ze uiteindelijk bij mij zijn aanbeland.

Fabrikagefout

Met zo’n genen is het niet wenselijk om het geslacht verder te zetten. Het risico op een aangeboren karakterstoring zoals choas, wanorde of luiheid is te groot. Het is in één woord ‘onverantwoord’. Mijn ouders dachten net zo. Natuurlijk, ruim twintig jaar geleden waren condooms nog niet zo veilig. Ik zal de verantwoordelijk niet kunnen afschuiven op een fabrikagefout. Ik ga me dus wijselijk onthouden van kinderen. Tenzij de volgende Van Nauw N’toek zal heten. Maar dat leg ik later nog eens uit.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Journalistiek

Ontboezemingen (3)

Liefde heeft een hoge pijngrens. Mijn stunteligheid laat mijn vriendin permanent bond en blauw uitslaan. Ze heeft al veel kwetsuren geïncasseerd: builen, schrammen en kleine wondjes.

Als ik mijn hoofd per ongeluk tegen het hare stoot, kijkt ze me heel begripvol aan. “Oh boy,” zucht ze dan. Sinds we samen zijn heb ik al meerdere malen op haar tenen getrapt, haar hoofd gestoten en haar been verband. Dat laatste is de schuld van mijn brommer. Na een ritje van 14 kilometer staat mijn uitlaatpijp behoorlijk warm. De oorzaak van dit fysiek leed? Mijn twee linkerhanden. Ook mijn benen treft schuld. Mijn evenwicht is behoorlijk wankel. Met regelmaat val ik uit mijn stoel. Ik hoef zelfs niet dronken te zijn. Ik ben ook onhandig met tafels, zetels en kasten.

Handig met meubilair

Meubilair is niet mijn beste vriend. Dat ondervond mijn vriendin al tijdens onze eerste date. We hadden afgesproken op het terras van een niet nader genoemd café. Officieel vierden we de komst van de zon. De niet- officiële reden hoef ik allicht niet te vermelden. Toen ik me wou zetten, kreeg ik de stoel niet los. De poten zaten geklemd tussen de tafel. Na minutenlang wrikken en wringen kreeg ik het ding eindelijk vrij. Haar eerste indruk was meteen total loss (denk ik). Toch kan mijn stunteligheid ook charmant zijn. Althans, dat lieg ik mezelf voor.

Bouwvallig

Het fysieke leed is ook een vorm van affectie. Daarom slaat mijn vriendin af en toe terug. Meestal met de platte hand, maar soms ook met haar vuist. Soms doet ze me pijn, maar dat laat ik niet blijken. Een man moet een man blijven. Ook al zit hij bouwvallig in elkaar.

Voetnoot: deze blog- reeks is losjes gebaseerd op de ervaringen die ik opdoe tijdens mijn relatie. Sommige dingen zijn uit context gehaald. Deze blog is m.a.w. niet waarheidsgetrouw. Dank aan mijn vriendin dat ik deze reeks op onze relatie mag baseren.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Ervaringen

Als de kapper je naam niet kent

“Kom jij uit de streek?” In hartje Sinaai staat een kapperszaak die voornamelijk vaste klanten ontvangt. Het leeuwendeel van het cliënteel wordt met de voornaam begroet. Mijn dorpje leeft in een eigen micro-kosmos.

“Woon jij in Sinaai,” vraagt de kapster als ik plaats neem in de stoel. “Ja, ik woon juist buiten de dorpskern.” Buitenstaanders worden hier argwanend ontvangen. Ik stel ze gerust: “mijn moeder is nog klant geweest.” Het wantrouwen ebt weg en de conversatie vervalt in small talk. Ondertussen informeert ze naar mijn kapsel. “Hoe zou u het willen.” Met hand en tand maak ik mijn wensen duidelijk. Een half uur later wordt mijn inspanning beloond.

RTBF

Halfweg het knippen begint de vrouw te vertellen over Kim De Gelder. “Toen de woonplaats van de dader gekend was, kwam RTBF hier onverwacht aankloppen. Een cameraploeg nam ons salon over. Ze waren heel gestructureerd. Ze stelden iedereen dezelfde vragen. Vooral de naam van de dader interesseerde hun. Die was op dat moment nog niet geweten.” Hun reden voor het onverwacht bezoek: de kapperszaak bevat een schat aan roddels. Correct of niet, nieuws is nieuws. Of zoiets. Tijdens het vertellen, stopt de kapster met knippen. Ze is nog steeds danig onder de indruk. “Het is leuk om zien hoe journalisten werken.”

Gel en een vraag

Ik wil haar verbeteren, maar dan zou ik liegen. Of toch gedeeltelijk. Daarenboven, ik wil de small talk niet doorbreken. Het gesprek eindigt met een portie gel en een vraag: “zou u een artikel schrijven over onze zaak als we verbouwen.” Met de nodige interesse informeer ik naar de startdatum van de werken. “Oh, we gaan niet echt verbouwen. Ik wou alleen weten hoe we meer reclame kunnen maken voor de kapperszaak. Daar dient media toch voor?”

Geef een reactie

Opgeslagen onder Ervaringen