“Kom jij uit de streek?” In hartje Sinaai staat een kapperszaak die voornamelijk vaste klanten ontvangt. Het leeuwendeel van het cliĆ«nteel wordt met de voornaam begroet. Mijn dorpje leeft in een eigen micro-kosmos.
“Woon jij in Sinaai,” vraagt de kapster als ik plaats neem in de stoel. “Ja, ik woon juist buiten de dorpskern.” Buitenstaanders worden hier argwanend ontvangen. Ik stel ze gerust: “mijn moeder is nog klant geweest.” Het wantrouwen ebt weg en de conversatie vervalt in small talk. Ondertussen informeert ze naar mijn kapsel. “Hoe zou u het willen.” Met hand en tand maak ik mijn wensen duidelijk. Een half uur later wordt mijn inspanning beloond.
RTBF
Halfweg het knippen begint de vrouw te vertellen over Kim De Gelder. “Toen de woonplaats van de dader gekend was, kwam RTBF hier onverwacht aankloppen. Een cameraploeg nam ons salon over. Ze waren heel gestructureerd. Ze stelden iedereen dezelfde vragen. Vooral de naam van de dader interesseerde hun. Die was op dat moment nog niet geweten.” Hun reden voor het onverwacht bezoek: de kapperszaak bevat een schat aan roddels. Correct of niet, nieuws is nieuws. Of zoiets. Tijdens het vertellen, stopt de kapster met knippen. Ze is nog steeds danig onder de indruk. “Het is leuk om zien hoe journalisten werken.”
Gel en een vraag
Ik wil haar verbeteren, maar dan zou ik liegen. Of toch gedeeltelijk. Daarenboven, ik wil de small talk niet doorbreken. Het gesprek eindigt met een portie gel en een vraag: “zou u een artikel schrijven over onze zaak als we verbouwen.” Met de nodige interesse informeer ik naar de startdatum van de werken. “Oh, we gaan niet echt verbouwen. Ik wou alleen weten hoe we meer reclame kunnen maken voor de kapperszaak. Daar dient media toch voor?”