Liefde heeft een hoge pijngrens. Mijn stunteligheid laat mijn vriendin permanent bond en blauw uitslaan. Ze heeft al veel kwetsuren geïncasseerd: builen, schrammen en kleine wondjes.
Als ik mijn hoofd per ongeluk tegen het hare stoot, kijkt ze me heel begripvol aan. “Oh boy,” zucht ze dan. Sinds we samen zijn heb ik al meerdere malen op haar tenen getrapt, haar hoofd gestoten en haar been verband. Dat laatste is de schuld van mijn brommer. Na een ritje van 14 kilometer staat mijn uitlaatpijp behoorlijk warm. De oorzaak van dit fysiek leed? Mijn twee linkerhanden. Ook mijn benen treft schuld. Mijn evenwicht is behoorlijk wankel. Met regelmaat val ik uit mijn stoel. Ik hoef zelfs niet dronken te zijn. Ik ben ook onhandig met tafels, zetels en kasten.
Handig met meubilair
Meubilair is niet mijn beste vriend. Dat ondervond mijn vriendin al tijdens onze eerste date. We hadden afgesproken op het terras van een niet nader genoemd café. Officieel vierden we de komst van de zon. De niet- officiële reden hoef ik allicht niet te vermelden. Toen ik me wou zetten, kreeg ik de stoel niet los. De poten zaten geklemd tussen de tafel. Na minutenlang wrikken en wringen kreeg ik het ding eindelijk vrij. Haar eerste indruk was meteen total loss (denk ik). Toch kan mijn stunteligheid ook charmant zijn. Althans, dat lieg ik mezelf voor.
Bouwvallig
Het fysieke leed is ook een vorm van affectie. Daarom slaat mijn vriendin af en toe terug. Meestal met de platte hand, maar soms ook met haar vuist. Soms doet ze me pijn, maar dat laat ik niet blijken. Een man moet een man blijven. Ook al zit hij bouwvallig in elkaar.
Voetnoot: deze blog- reeks is losjes gebaseerd op de ervaringen die ik opdoe tijdens mijn relatie. Sommige dingen zijn uit context gehaald. Deze blog is m.a.w. niet waarheidsgetrouw. Dank aan mijn vriendin dat ik deze reeks op onze relatie mag baseren.